De voorgeschiedenis
Op 1 november 1834 werd in Assenede de maatschappij voor Vlaamse taal en letteroefening “Blancefloer” gesticht. Deze vereniging bracht enkele personen te samen die zich onder de stuwing van een groeiend Vlaams bewustzijn gingen toeleggen op het romantisch beleven van de eigen moedertaal. Men vindt er al de notabelen van de gemeente en verder burgers, ambachtslieden en werkmensen. Taalontwikkeling zochten ze vooral in het hardop lezen van fragmenten uit boeken en tijdschriften. Wekelijks hadden ze een bepaalde dag waarop aangeduide leden hun tekst kwamen declameren. Stilaan breidden die pioniers hun activiteiten uit naar andere kunstgebieden. Zo ontstond in hun midden een zangkoor om de leden te laten genieten van de vreugde van de toonkunst.
Naast deze letterkundige vereniging bestond in Assenede sinds 1760 ook nog de rederijkerskamer “Leerzuchte en Redenkonst Minnede Yveraers”. Ze bestreek een breed actieterrein namelijk muziek, toneel, zang en letterkunde. Verschillende leden van deze rederijkerskamer hebben op 16 oktober 1864 onder het voorzitterschap van Emiel Meganck de maatschappij “Diederik van Assenede” gesticht.

Reeds in 1862, twee jaar voor de oprichting van “Diederik van Assenede”, had Jacobus Viellard enkele jonge mannen rond zijn viool verenigd om hen te oefenen in het uitvoeren van kleine zangstukken. Weldra verwierf dit gezelschap een uitstekende faam, tot in de omliggende gemeenten toe. Het noodzakelijk talent was blijkbaar aanwezig. Het was echter wachten op een figuur die alles zorgvuldig wist te coördineren en die figuur was Emiel Meganck. Laatstgenoemde was sinds 1863 hoofdonderwijzer van de gemeentelijke jongensschool in Assenede.
DE EERSTE JAREN
Hoofdonderwijzer Emiel Meganck werd de eerste dirigent en dichtte ook de woorden van het Diederiklied, waarvan J. De Vos de muziek schreef. Het weekprogramma van de maatschappij, waar verschillende kunstvormen aan bod kwamen, was behoorlijk volzet:

maandagavond: fanfare
dinsdagmiddag en -avond: zang
woensdagmiddag: zang
’s avonds: toneel
donderdagmiddag: zang
’s avonds: toneel
vrijdagmiddag: zang
’s avonds: fanfare
zaterdagavond: zang en fanfare
Daarnaast werd ook deelgenomen aan muziekfestivals in de regio. Reeds in 1877 behaalde men de eerste prijs op een festival te Sint-Kruis-Winkel.
Onder zijn leiding groeide de zangvereniging naar een hoogtepunt in 1869. Bij de inhuldiging van pastoor Benedict Haems in 1870 zongen de Diederiks met veertig man het Te Deum. Na enkele succesvolle optredens werden de zangstukken stilaan door koperen blaasinstrumenten begeleid. In juni 1872 ging de fanfare “Diederik van Assenede” definitief van start.
Tot 1879 bleef Emiel Meganck het grote boegbeeld van de jonge muziekmaatschappij. Toen in 1879 in ons land de schoolstrijd losbarstte nam hij ontslag als schoolhoofd in Assenede en werd hoofdonderwijzer van de vrije jongensschool in de Prinsenhofstraat te Eeklo. Daar zal hij in 1881 de katholieke fanfare “Amicitia” oprichten.
In de Asseneedse fanfare nam Prudent Viellard (geboren te Assenede op 21 maart 1856) het muzikale roer in handen. Onder het bestuur van deze muzikaal geschoolde man kende de fanfare een geleidelijke opgang. Ongetwijfeld is het aan zijn tomeloze inzet te danken dat de standaard van de “Diederiks” de zware last van vele medailles kreeg te torsen, die op alle mogelijke muziekfeesten werden vergaard.